Mobiliteitsambassadeurs

Eerste resultaat van de mobiliteitsambassadeurs

Na de trainingen zijn de mobiliteitsambassadeurs aan het werk gegaan.
Het eerste verslag is uit Leiden van Rudolf Carstens over de “Dag van de Witte Stok”.

In het kader van de ‘Dag van de Witte Stok’ heeft de plaatselijke ambassadeur van het platform ‘Blijf veilig Mobiel’ met enkele lokale blinden en slechtzienden een manifestatie georganiseerd die zich richtte tegen de snel toenemende vernietiging van gidslijnen door de gemeente zonder dat daar adequate vervanging voor terug komt. De lokale afdeling van de Nederlandse Vereniging van Blinden en Slechtzienden (NVBS) sloot zich al snel aan en verleende maximale ondersteuning.

Blinden en slechtzienden verplaatsen zich in de stad langs tastbare gidslijnen als gevels, hekwerken, grasranden en soms stoepranden.

Waar die ‘natuurlijke’ gidslijnen ontbreken, dienen geleidelijnen en attentiemarkeringen, die voldoen aan landelijk erkende standaardnormen als CROW en NEN1814, te zorgen voor hun geleiding en veiligheid.

In de Leidse binnenstad bestaan de gidslijnen voornamelijk uit gevels en (noodgedwongen) stoepranden. In de belangrijke winkelstraten waar gemotoriseerd verkeer wordt geweerd zijn de stoepranden verwijderd en vormen de gevels de enige resterende natuurlijke gidslijnen.

Deze dienen, om bruikbaar te zijn, dan vrij te zijn van obstakels als bloembakken, stoepborden, vitrines, uitgestalde winkelinventarissen en vooral vrij van fietsen, stoel- en tafelpoten, Die verstrikken de taststokken waardoor deze breken of verbuigen.

Uit: “Handboek ‘Kwaliteit Openbare ruimte 2025”’.

1.4.1.5.

Kenmerkend voor de Leidse binnenstadstraat is dat deze op één niveau ligt en consequent in één bestratingmateriaal volgens de zogenoemde Binnenste Beter-mix is uitgevoerd [1]. Bijna alle straten met een lage autobelasting zijn van gevel tot gevel met dezelfde klinker bestraat, zonder hoogteverschillen.

Na bezwaren van Platform Gehandicapten en Adviesraad WMO van Leiden werd toegevoegd:

“Dit principe blijkt niet op alle plaatsen geschikt. Bij straten met autobelasting is er behoefte met een subtiel verhoogde band om de rijbaan van het trottoir te scheiden. Prioriteit bij het indelen van het straatprofiel gaat uit naar voldoende ruimte voor de voetganger.

De zwarte Kamer.

Wanneer in een kamer van 110 x 10 meter een valluik wordt gemonteerd van 1 m2 omgeven door een groot hekwerk dan blijven er 99 m2 ‘veilige’ ruimte over. Wanneer echter het hekwerk wordt verwijderd en het valluik niet zichtbaar is, verdwijnt in één klap de volledige ‘veilige’ ruimte. Het valluik kan nu immers overal zitten.

->De veilige ruimte bestaat dus bij de gratie van een waarneembare begrenzing.

Uit bovenstaande tekst in het Handboek blijkt de intentie van de gemeente om de gehele binnenstad te ontdoen van alle niveauverschillen, ook die tussen rijbaan en trottoir. Ook blijkt dat de blinden deze stoepranden absoluut nodig hebben; enerzijds als gidslijn en anderzijds als waarneembare begrenzing van de veilige ruimte (trottoir).

Immers, zodra de blinde de gevel moet loslaten vanwege obstakels, kan hij dus niet meer weten of hij nog op het trottoir of op de rijbaan staat.

Inmiddels is gebleken dat waar wel stoepranden zijn gepland deze “subtiele verhogingen” bestaan uit een richel met een gemiddelde hoogte van3 centimeter!

Een eenmalige3 cmhoge richel zal vrijwel altijd onopgemerkt blijven en is daarmee even bruikbaar als geen richel. Een schijnoplossing zonder functie!

Daar waar de gemeente wel tot compensatie over gaat en geleidelijnen aanlegt, hanteert zij een mozaïek van speciale steentjes in het onderliggende patroon van straatklinkers.

eze ‘eigen’ versie van een geleidelijn voldoet aan geen van de belangrijke aspecten van de daarvoor landelijk (CROW) of Europees (NEN1814) afgesproken normen. Niet in breedten niet in profiel, niet in contrast. Daarbij komt als grootste euvel dat ze niet doorlopend naar onderbroken zijn. Deze mozaïekjes zijn onbruikbaar als geleidelijn en ook weer een schijnoplossing waarbij de functie volledig is  opgeofferd aan esthetische wensen.

Geleidelijnen die niet geleiden in hoogcontrast kleuren die niet mogen opvallen en gidslijnen die niet te vinden zijn moeten de compensatie vormen voor de door nivellering vernietigde gidslijnen.

Daarmee wordt Leiden niet alleen onbegaanbaar, maar vooral uiterst onveilig voor eenieder met een visuele beperking.

Het Platform “Blijf Veilig Mobiel” vertegenwoordigd door onder anderen de directeur van Viziris de koepel van blinden en slechtzienden organisaties Peter Hulsen en de NVBS vertegenwoordigd door onder meer de landelijk voorzitter Rob van Vliet boden als sluitstuk aan de Leidse wethouder Roos van Gelderen een petitie aan met het verzoek aan B&W en gemeenteraad om toe te zien op de naleving van de afgesproken kwaliteitsnormen (CROW) bij de uitvoering van de compensatie van vernietigde gidslijnen.

De wethouder die onder andere verantwoordelijk is voor de compensatie van mensen met een beperking onder de WMO en zelf een gekend aanhanger van ‘inclusief beleid’, ‘toegankelijkheid voor iedereen’ en de ‘Çivil Society’ beloofde de bezorgdheid van de leden over de bruikbaarheid van de vervangingen in college en raad ter sprake te brengen.